Product: 
ccc6

Als u de geavanceerde instellingen wilt openen, klikt u op de knop Geavanceerde instellingen onder in het venster.

De knop Geavanceerde instellingen

Preflight

Preflight-opties in Geavanceerde instellingen

Raadpleeg deze twee secties van de documentatie voor gedetailleerde informatie over de beschikbare instellingen op het tabblad Preflight:

Kopieerinstellingen

Kopieerinstellingen in Geavanceerde instellingen

Gebruik strikte volume-identificatie

CCC gebruikt standaard de naam en Universally Unique Identifier (UUID) van uw bron en doel om die volumes duidelijk te identificeren. Door de verificatie van beide identificators is de kans kleiner dat u bijvoorbeeld een reservekopie maakt naar een volume dat dezelfde naam als uw gewoonlijke doel heeft maar niet het eigenlijke doel is.

Hoewel dit nuttig is, kan dit gedrag soms het verkeerde resultaat hebben. Als u bijvoorbeeld een paar externe harde schijven afwisselend gebruikt, maakt CCC geen reservekopie op beide harde schijven, zelfs al hebben ze dezelfde naam (bijv. Offsite reservekopie). CCC zal daarentegen melden dat de UUID van één van de volumes niet overeenkomt met die van het oorspronkelijk gekozen doel.

Voor een oplossing met een “afwisselend paar reservekopievolumes” kunt u deze optie uitschakelen om aan te geven dat CCC alleen de volumenaam moet gebruiken om het doelvolume te identificeren. Wanneer u de selectie van deze optie ongedaan maakt, moet u echter opletten dat u de naam van het doelvolume niet wijzigt en dat u geen ander volume aansluit op de Mac dat u niet gebruikt voor reservekopieën maar wel dezelfde naam als het doelvolume heeft.

Deze optie wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het doelvolume geen UUID heeft. Netwerkvolumes en sommige bestandssystemen van andere fabrikanten hebben bijvoorbeeld geen volume-UUID’s. Deze optie wordt ook uitgeschakeld als het oorspronkelijk geselecteerde doel niet is aangesloten.

Opmerking: deze instelling is alleen van toepassing op het doelvolume. CCC gebruikt altijd de naam en UUID om het bronvolume duidelijk te identificeren.

Opmerking: als uw afwisselende doelvolumes gecodeerd zijn, kan CCC alleen maar het oorspronkelijke gecodeerde volume ontgrendelen en activeren dat als doel voor uw reservekopietaak is geselecteerd. CCC moet een uniek ID van het doelvolume hebben om dat volume te ontgrendelen en CCC onthoudt die informatie van maar één doelvolume voor een bepaalde taak. Als u een paar gecodeerde reservekopieschijven afwisselend wilt gebruiken, raden we u aan hiervoor twee afzonderlijke taken te gebruiken (één voor elke gecodeerde bestemming).

Bescherm onderdelen op rootniveau

Als u unieke bestanden en mappen op het rootniveau van uw doelvolume hebt die u zo wilt laten, terwijl u toch een “schone” reservekopie wilt, gebruikt u de optie Bescherm onderdelen op rootniveau. Deze optie is standaard ingeschakeld wanneer de optie SafetyNet van CCC is ingeschakeld. Voor een beter begrip van deze functie neemt u aan dat u deze onderdelen op het bronvolume hebt:

En deze onderdelen op het doelvolume:

Met de optie Bescherm onderdelen op rootniveau wordt de map Projects niet verplaatst naar de map _CCC SafetyNet omdat deze uniek is op het rootniveau van het doel. De map Firefly is echter niet uniek op het rootniveau van het doel (deze bestaat ook op de bron). Daarom wordt de inhoud ervan bijgewerkt zodat deze overeenkomt met de bron. Hierdoor wordt de map Documenten verplaatst naar de map _CCC SafetyNet (of verwijderd als u SafetyNet hebt uitgeschakeld).

De "root" van het doel verwijst naar de map op het eerste of hoogste niveau van het geselecteerde doel. Als u een volume met de naam CCC Back-up hebt geselecteerd als doel, dan verwijst het rootniveau naar de root van het volume, oftewel wat u ziet wanneer u dat volume in de Finder opent (het deelvenster in het midden van de eerdere schermafbeelding). Als u een map hebt geselecteerd als doel voor uw taak, dan verwijst “onderdelen in de root van het doel” naar de onderdelen die u in die specifieke doelmap vindt, en niet naar de root van het volledige volume. Mocht u een map als doel selecteren, dan is alles buiten die map geen onderdeel van de reservekopietaak en wordt die content volledig genegeerd door die specifieke reservekopietaak.

Maak eerst ruimte vrij

Deze instelling is alleen van toepassing wanneer u een externe Mac als bron of doel gebruikt. In alle andere gevallen voert CCC automatisch een opschoning uit als dat nodig zou zijn. 

Wanneer de optie SafetyNet van CCC is uitgeschakeld, verwijdert CCC doorgaans unieke onderdelen van het doel als het deze aantreft. CCC gaat alfabetisch door de mappen op de bron. Daarom worden sommige bestanden vaak gekopieerd naar het doel voordat alle bestanden die moeten worden verwijderd, ook van het doel verwijderd zijn. Als het doelvolume heel weinig vrije ruimte heeft, kan CCC een reservekopie naar dat volume mogelijk niet voltooien. Deze optie zorgt ervoor dat CCC eerst ruimte op het gehele doel vrijmaakt alvorens bestanden te kopiëren. Uw reservekopietaak duurt langer als u deze optie gebruikt.

Deze optie wordt alleen ingeschakeld wanneer de optie SafetyNet is uitgeschakeld.

Werk geen nieuwere bestanden op het doel bij

Bestanden op de bron worden algemeen beschouwd als de gezaghebbende master en CCC kopieert een bestand opnieuw als de bewerkingsdatum verschilt (nieuwer of ouder) op de bron en het doel. Nu en dan zijn er gevallen waarbij de bewerkingsdatum van bestanden op het doel wordt gewijzigd na de uitvoering van een reservekopietaak (bijv. door antivirusprogramma’s). Deze wijziging zorgt ervoor dat CCC deze bestanden telkens opnieuw kopieert. Deze optie kan deze gevallen omzeilen wanneer de hoofdoorzaak voor de wijziging van de bewerkingsdatum niet kan worden verholpen.

Behoud bevoegdheden niet

Deze instelling vermijdt de fouten gegenereerd door netwerkvolumes die de wijziging van bevoegdheden en eigendomsrechten voor sommige bestanden niet toestaan. Daarnaast voorkomt deze instelling ook dat CCC de eigendomsrechten op het doelvolume inschakelt. Het gebruik van deze optie tijdens reservekopieën van programma’s of macOS-systeembestanden voorkomt dat die onderdelen juist werken op het doel.

Behoud uitgebreide kenmerken niet

Deze instelling schakelt ondersteuning uit voor het lezen en schrijven van uitgebreide kenmerken, zoals Finder Info, resource forks en andere eigen kenmerken van programma’s. In uitgebreide kenmerken worden gegevens over het bestand bewaard. Apple raadt ontwikkelaars nadrukkelijk aan onvervangbare gebruikersgegevens bij het opslaan van een bestand niet op te slaan in uitgebreide kenmerken, omdat uitgebreide kenmerken niet door alle bestandssystemen worden ondersteund en zonder waarschuwing kunnen worden weggelaten (bijvoorbeeld door Finder) bij het kopiëren van een bestand.

Deze optie is nuttig in gevallen waarin het bron- of doelbestandssysteem uitzonderlijk slechte prestaties levert voor het lezen en schrijven van uitgebreide kenmerken, of zeer beperkte ondersteuning biedt voor de eigen uitgebreide kenmerken van macOS, waardoor veel fouten worden gemeld als geprobeerd wordt deze metadata te kopiëren.

Postflight

Postflight-opties in Geavanceerde instellingen

Raadpleeg deze secties van de documentatie voor gedetailleerde informatie over de beschikbare instellingen op het tabblad Postflight:

Prestaties en analyse

Opties van Prestaties en Analyse in Geavanceerde instellingen

Leg transacties vast

Met deze optie kunt u een lijst met bestanden en mappen verzamelen die door elke taakactiviteit zijn gewijzigd. Raadpleeg deze artikelen voor meer informatie over de verzameling en het gebruik van transacties door CCC:

Gebruik 'Snelle update' als een lijst met gewijzigde mappen in macOS kan worden gemaakt

macOS gebruikt een voorziening die de activiteit van het bestandssysteem op lokale volumes volgt. Deze FSEvents-voorziening kan worden aangevraagd om een lijst met mappen te krijgen die sinds een bepaald tijdstip zijn gewijzigd. Wanneer deze functie is ingeschakeld, beperkt CCC de inventarisatie van de bron tot de mappen die zijn gewijzigd sinds de laatste geslaagde uitvoering van deze specifieke taak. Deze functie kan elke activiteit van de reservekopietaak aanzienlijk versnellen.

Bij deze functie wordt aangenomen dat het doel niet is gewijzigd buiten de omvang van de taak. Dit is geen onbelangrijke aanname en is ook de reden waarom deze functie standaard is uitgeschakeld. U moet het gebruik van het doel beoordelen wanneer u beslist of u deze functie wilt gebruiken. Als u het doel wijzigt buiten CCC of door een andere reservekopietaak van CCC, worden die wijzigingen mogelijk niet meegeteld (of gecorrigeerd, bijvoorbeeld, als u iets op het doel hebt verwijderd) wanneer deze functie is ingeschakeld.

Als u ooit wilt controleren of niets ontbreekt op het doel, kunt u rechtsklikken op de knop ‘Snelle update’ en de optie Standaardkopie kiezen om CCC een eenmalige inventarisatie van de gehele bron en het gehele doel te laten doen.

Snelle update kan niet worden gebruikt als sommige taakinstellingen worden gewijzigd en als fouten worden gevonden

Als u de bron of het doel van uw reservekopietaak wijzigt of als u de taakfilter wijzigt, maakt CCC een normale reservekopie de volgende keer dat de taak wordt uitgevoerd. En in het geval dat er zich fouten voordeden tijdens een activiteit van de reservekopietaak, gebruikt CCC de begintijd van de laatste geslaagde activiteit als basis voor het maken van de lijst met gewijzigde mappen. Nadat de taak is voltooid zonder problemen, wordt Snelle update gebruikt voor de volgende taakactiviteiten.

CPU-prioriteit bestandskopieën

Standaard start CCC de kopieerfunctie voor bestanden met de standaard CPU-prioriteit om optimale prestaties te verzekeren. Als u echter merkt dat de reservekopieën van invloed zijn op de systeemprestaties, kunt u een schema instellen om de taken op het gepaste tijdstip uit te voeren of kunt u de CPU-prioriteit van de kopieerfunctie voor bestanden verlagen. Doorgaans duurt de taak dan iets langer, maar is de invloed op de systeemprestaties kleiner.

Zoek en vervang beschadigde bestanden, "Integriteitscontrole voor reservekopieën"

Raadpleeg dit artikel van de Knowledge Base voor meer informatie over de optie ‘Zoek en vervang beschadigde bestanden’: